Skip to content
Handleiding · Veiligheidsmiddelen

Gebruik, controle en onderhoud van uw brandveiligheidsmiddelen

Eén praktische naslag voor beheerders en BHV’ers: brandblussers, blusdekens, EHBO/BHV-koffers, noodverlichting en (draadloze) melders — inclusief de geldende normen, keuringsfrequenties en wie welke controle mag uitvoeren.

Volgens de normNEN 2559, EN 1838, NEN 2555 e.a.
AantoonbaarLogboek & keuringsrapport
Erkende serviceREOB-gecertificeerde monteurs
In deze handleiding

Verplicht, maar vooral verstandig

  • Wat — correct gebruik van elk middel
  • Wanneer — keuring- en testfrequenties
  • Wie — zelf doen of erkend bedrijf
  • Waarmee — normen en logboekplicht

1. Brandblussers

Alleen inzetten bij een beginnende brand, met de rug naar een vrije vluchtroute. Blijft het vuur groeien: terugtrekken, deuren sluiten en 112 bellen.

1.1 Brandklassen als vertrekpunt

De juiste blusser volgt uit de brandklasse van wat er kan branden. Kies daarom eerst de klasse, dan de blusstof.

KlasseType brandVoorbeeldenPassende blusstof
AVaste stoffenHout, papier, textiel, kunststofWater, schuim, ABC-poeder
BVloeistoffenBenzine, olie, verf, alcoholSchuim, CO2, ABC-poeder
CGassenPropaan, butaan, aardgasABC-poeder (eerst gastoevoer dicht)
DMetalenMagnesium, aluminium, natriumSpeciaal D-poeder
FBak- en frituurvetFrituurvetten, spijsolieVetblusser (ABF)

1.2 Soorten blussers

TypeBlusstofBrandklasseToepassingAandachtspunt
Poeder (ABC)ABC-poederA · B · CBreed inzetbaar, buiten en industrieVeel nevenschade door poeder; niet ideaal binnen
SchuimWater + schuimvormerA · BKantoor, winkel, algemene ruimtenKies bij voorkeur PFAS-vrij (fluorvrij) schuim
Vet (ABF)KaliumzoutenA · B · FKeukens en frituurVoorkomt herontsteking van vet
CO2KoolstofdioxideB (+ elektra)Elektrische apparatuur, serverruimten, labsGeen residu; bevriezings- en verstikkingsgevaar in kleine ruimten
WatermistFijne watermistA · F (+ elektra*)Milieubewust alternatief, kantoren*Toegestaan tot de op het toestel vermelde spanning/afstand

Vuistregel capaciteit (Bouwbesluit/Bbl): reken op circa één blustoestel met voldoende bluscapaciteit per 200–300 m² vloeroppervlak, met minimaal één toestel per bouwlaag en een maximale loopafstand tot een blusmiddel. Uw brandbeveiligingsdeskundige bepaalt de exacte dekking.

1.3 Hoe blussen werkt

  • Zuurstof verdringen — schuim en CO2 sluiten de brandstof af van de lucht.
  • Afkoelen — water en schuim verlagen de temperatuur onder het ontbrandingspunt.
  • Kettingreactie onderbreken — poeder remt de chemische verbranding.

1.4 Bediening — de PASS-methode

  1. Beoordeel & alarmeer. Schat de omvang in, sla alarm en zorg dat de vluchtroute vrij blijft.
  2. Pin — trek de borgpen los. Verwijder de verzegeling en de borgpen.
  3. Aim — richt op de basis. Richt op de voet van de vlammen, niet op de toppen.
  4. Squeeze — knijp de hendel in. Test zo nodig kort op een veilige afstand.
  5. Sweep — veeg heen en weer. Werk van voren naar achteren, blijf laag.
  6. Controleer nablussen. Gebruik de hele vulling en houd de brandhaard in de gaten.

Let op: nooit water of schuim op vet- of oliebranden (klasse F) — dat geeft een steekvlam. Houd bij elektra minimaal de op het toestel vermelde afstand aan en gebruik bij voorkeur CO2.

1.5 Onderhoud & keuring (NEN 2559 / NEN 2659)

FrequentieActiviteitUitvoerder
MaandelijksVisuele controle: druk/manometer, borgpen, verzegeling, bereikbaarheid en schadeGebouwbeheerder / BHV
JaarlijksPeriodiek onderhoud volgens NEN 2559REOB-erkend onderhoudsbedrijf
Elke 5 jaarUitgebreid onderhoud / hervulling (afhankelijk van type)REOB-erkend onderhoudsbedrijf
Elke 10 jaarRevisie van het drukvat; hydrostatische druktest of vervangingREOB-erkend onderhoudsbedrijf

Elk gekeurd toestel krijgt een onderhoudssticker met datum en de gegevens van de monteur. Het product zelf voldoet aan NEN-EN 3-7; het onderhoud aan NEN 2559 (draagbaar) of NEN 2659 (verrijdbaar).

2. Blusdekens

Ideaal voor een beginnende pannenbrand of een kledingbrand. Werkt door zuurstofafsluiting.

2.1 Toepassing en werking

Een blusdeken dooft vuur door het volledig af te dekken en zo van zuurstof af te sluiten. De deken bestaat uit brandwerend glasvezel- of gecoat textiel. Modern gecertificeerde dekens voldoen aan NEN-EN 1869.

2.2 Bediening — stappenplan

  1. Trek aan de linten en neem de deken in één beweging uit de houder.
  2. Bescherm uw handen door de bovenrand naar u toe om te vouwen.
  3. Leg de deken rustig over de vlammen of de pan — nooit gooien, dat wakkert aan.
  4. Schakel de warmtebron uit (kookplaat/gas) en laat de deken minimaal 30 minuten liggen.
  5. Bel 112 bij letsel, rookontwikkeling of uitbreiding.

2.3 Kledingbrand

  • Leg het slachtoffer op de grond en dek volledig af, van hals naar voeten.
  • Rol zo nodig het slachtoffer in de deken om vlammen te smoren.
  • Verwijder de deken pas na afkoeling; koel brandwonden daarna 10–20 minuten met lauw water.
  • Alarmeer de hulpdiensten en start eerste hulp.

2.4 Onderhoud

  • Jaarlijkse visuele inspectie van houder, linten en verpakking.
  • Controleer op scheuren, vocht, verkleuring of aantasting van de stof.
  • Na élk gebruik vervangen — een gebruikte deken is niet betrouwbaar herbruikbaar.

3. EHBO-/BHV-koffer

Voor directe eerste hulp totdat professionele zorg het overneemt. De inhoud richt zich op de Oranje Kruis-richtlijn en uw risico-inventarisatie (RI&E).

3.1 Minimale inhoud

Wonden

Steriele gaasjes, snelverbanden (nr. 1 & 2), wondpleisters, hydrofiel verband, fixatietape.

Hygiëne

Wegwerphandschoenen, huid-/handdesinfectie, beademingsmasker, afvalzakje.

Instrumenten

Verbandschaar, splinterpincet, veiligheidsspelden, mitella, isolatie-/warmtedeken, oogspoelflacon.

3.2 Basisregels bij gebruik

  1. Zorg voor veiligheid. Geen rook, gas of onder spanning staande delen; let op eigen veiligheid.
  2. Handschoenen aan en stel het slachtoffer gerust.
  3. Stelp bloedingen met directe druk en dek de wond steriel af.
  4. Bel 112 bij ernstig of onduidelijk letsel en volg de aanwijzingen van de centralist.
  5. Registreer het incident in het (BHV-)logboek en vul verbruikte middelen aan.

3.3 Onderhoud

  • Minimaal halfjaarlijks: volledigheid en houdbaarheidsdata controleren.
  • Direct aanvullen na gebruik; verlopen artikelen vervangen.
  • Locatie duidelijk markeren, vrij houden en in het logboek vastleggen.

Wettelijk kader: op grond van het Arbobesluit (art. 3.25 e.v.) moet doeltreffende eerste hulp mogelijk zijn. Aantal, inhoud en spreiding van de koffers volgen uit uw RI&E en het aantal BHV’ers.

4. Noodverlichting

Waarborgt een veilige ontruiming bij het uitvallen van de netspanning en markeert de vluchtroute.

4.1 Soorten

TypeDoelWaar
VluchtrouteverlichtingToont de richting van de vluchtwegGangen, trappen, uitgangen
Anti-paniekverlichtingBasisverlichting van open ruimtenHallen, magazijnen, zalen
Verlichting van werkplekken met verhoogd risicoVeilig afronden van een risicovolle handelingWerkplaatsen, labs, machines
Vluchtrouteaanduiding (pictogram)Verwijzing naar (nood)uitgangBoven/bij uitgangen — NEN 6088 / ISO 7010

4.2 Werking en eisen

  • Armaturen worden via de netspanning geladen en schakelen bij uitval automatisch over op de noodaccu.
  • Volgens NEN-EN 1838 moet vluchtrouteverlichting binnen 5 seconden minimaal 50% en binnen 60 seconden 100% van het vereiste niveau geven.
  • Vereiste verlichtingssterkte op de vluchtroute: minimaal 1 lux op de vloer (hart van de route).
  • Minimale autonomie (brandduur): 1 uur — in bepaalde gebruiksfuncties langer.

4.3 Onderhoud en testen (NEN-EN 50172)

FrequentieActiviteitUitvoerder
MaandelijksKorte functietest: schakelt elke armatuur over en brandt de lamp?Gebouwbeheerder
HalfjaarlijksTussentijdse controle van accu’s en armaturenTechnisch medewerker
JaarlijksVolledige duurtest over de volle autonomie (≥ 1 uur) + inspectieErkend installateur
Na wijzigingHerinspectie na verbouwing, herindeling of gewijzigd gebruikInstallateur

Registratie verplicht: leg elke test en bevinding vast in een noodverlichtingslogboek of adresseerbaar/zelftestend systeem. Dit is uw bewijs richting bevoegd gezag en verzekeraar.

5. Melders — rook, hitte en CO

Vroegtijdige detectie geeft mensen tijd om te vluchten. Draadloos gekoppelde melders geven een groepsalarm door het hele pand.

5.1 Soorten en detectie

TypeFunctieDetectieprincipeWaar plaatsen
RookmelderAlarmeert bij rookOptisch (fotocel)Vluchtroutes, gangen, overlopen
HittemelderReageert op temperatuur(stijging)ThermischKeuken, garage, stoffige ruimten
CO-melderDetecteert koolmonoxideElektrochemischBij verbrandingstoestellen (cv, geiser)
CombimelderMeervoudige detectieOptisch + thermisch (hybride)Algemene ruimten

5.2 Plaatsing (NEN 2555)

  • Minimaal één rookmelder per bouwlaag, ook in gangen langs slaapruimten.
  • Centraal op het plafond, ten minste 30–50 cm uit hoeken, wanden en armaturen.
  • Vermijd de nabijheid van ventilatie, luchtinlaten en natte/dampige ruimten.
  • Plaats CO-melders op ademhoogte of volgens fabrikantvoorschrift bij het toestel.

5.3 Gebruik en onderhoud

  • Test maandelijks met de testknop; controleer bij gekoppelde sets of het groepsalarm werkt.
  • Reinig elk kwartaal voorzichtig met een stofzuiger of zachte borstel.
  • Vervang batterijen bij het waarschuwingssignaal of jaarlijks (tenzij een 10-jaars lithiumcel).
  • Vervang de melder uiterlijk 10 jaar na de productiedatum.

Koppeling met een brandmeldinstallatie (BMI): in gecertificeerde systemen worden meldingen doorgestuurd naar de brandmeldcentrale; het beheer en onderhoud daarvan valt onder NEN 2654-2.

6. Logboek en registratie

Leg elke controle en onderhoudsbeurt vast. Dit is uw bewijs richting brandweer, verzekeraar en inspectie — en het houdt uw onderhoudsplanning op orde.

Per logboekregel
  • Datum en tijd
  • Naam en (indien van toepassing) certificering van de uitvoerder
  • Middel, type en locatie
  • Resultaat en geconstateerde gebreken
  • Corrigerende maatregelen
  • Datum volgende controle
Digitaal beheer

Gebruik waar mogelijk een digitaal systeem: automatische herinneringen voor keuringen, centrale rapportages, foto’s van bevindingen en een altijd actueel overzicht per locatie. Zo mist u geen keuringsdatum meer.

7. Normen en frequenties in één overzicht

De belangrijkste normatieve kaders per middel, met de gebruikelijke controlefrequentie en de bevoegde uitvoerder.

MiddelNorm / kaderFrequentieUitvoerder
BrandblussersNEN-EN 3-7 (product), NEN 2559 (onderhoud)Maandelijks visueel · jaarlijks · 5-jr · 10-jr revisieREOB-erkend bedrijf
BlusdekensNEN-EN 1869Jaarlijks visueel; vervangen na gebruikGebouwbeheerder
EHBO/BHV-kofferArbobesluit art. 3.25; Oranje Kruis-richtlijnHalfjaarlijks + na gebruikBHV-coördinator
NoodverlichtingNEN-EN 1838, NEN-EN 50172, NEN 6088Maandelijks functietest + jaarlijkse duurtestErkend installateur
Melders (rook/hitte/CO)NEN 2555; BMI-onderhoud NEN 2654-2Maandelijks testen; melder na 10 jaar vervangenBeheerder / installateur

Zorgplicht: als gebouweigenaar of werkgever bent u verantwoordelijk voor aanwezige, werkende en tijdig gekeurde veiligheidsmiddelen. Bij schade of inspectie moet u dit met logboek en keuringsrapporten kunnen aantonen.

8. Veiligheidscultuur, training en oefening

Middelen werken pas als mensen weten waar ze hangen en hoe ze werken. Borg dat met vaste afspraken.

  • Instrueer alle medewerkers over de locatie en het gebruik van de middelen.
  • Herhaal de BHV-training jaarlijks en leg deelname vast.
  • Houd minimaal één keer per jaar een ontruimingsoefening en evalueer die.
  • Geef nieuwe medewerkers binnen één maand een veiligheidsintroductie.
  • Actualiseer het ontruimingsplan bij elke verbouwing of herindeling.

9. Veelgestelde vragen

Hoe vaak moeten brandblussers gekeurd worden?

Maandelijks een visuele controle door uzelf, jaarlijks onderhoud door een REOB-erkend bedrijf, uitgebreid onderhoud elke 5 jaar en een revisie van het drukvat elke 10 jaar (NEN 2559). De exacte handelingen hangen af van het type blusser.

Mag ik zelf de jaarlijkse keuring uitvoeren?

Nee. De maandelijkse visuele controle mag u zelf doen, maar het periodieke onderhoud en de revisie moeten door een REOB-gecertificeerde monteur worden uitgevoerd. Alleen dan is de keuring geldig richting verzekeraar en bevoegd gezag.

Welke blusser hoort in een keuken?

Een vetblusser (klasse ABF) voor bak- en frituurvet, aangevuld met een blusdeken bij het fornuis. Gebruik nooit water of schuim op vet — dat veroorzaakt een gevaarlijke steekvlam.

Hoelang moet noodverlichting blijven branden?

Minimaal 1 uur op de noodaccu, met binnen 5 seconden ten minste 50% en binnen 60 seconden het volledige lichtniveau (NEN-EN 1838). Test maandelijks kort en jaarlijks over de volle brandduur.

Wanneer moet ik een rookmelder vervangen?

Uiterlijk 10 jaar na de productiedatum, of eerder bij storing. Test maandelijks met de testknop en houd de melder stofvrij.

Laat het niet op toeval aankomen

Alles in één keer laten keuren en registreren?

Brandpreventie Techniek keurt en onderhoudt uw blussers, blusdekens, noodverlichting en melders volgens de norm — met een digitaal logboek en tijdige herinneringen, zodat u nooit een keuringsdatum mist.